De volmaakte Eeuwigheid

Als het Duizendjarig Rijk voleindigd is en het laatste oordeel is geweest, komt er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openb. 21:1-8). De nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn geheel rein. Het is een nieuwe schepping en een nieuw begin zonder einde!

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde
Toen de Here God de hemel en aarde geschapen had, zei Hij dat het zeer goed was (Gen. 1:31). Duidelijk is dat door de zonde de aarde vervloekt is. Het valt niet te ontkennen dat de aarde onrein is geworden. Zelfs aan het einde van het Vrederijk lezen we dat de wereld nogmaals in opstand komt tegen God (Openb. 20:7-10). Het is dan ook noodzakelijk dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt. Daar zal iedereen God werkelijk liefhebben. De dood is er dan ook niet meer en de duivel is dan reeds veroordeeld. De mensen die tijdens het Vrederijk Jezus werkelijk lief hebben gehad, worden tot de nieuwe aarde toegelaten. Dit in tegenstelling tot degenen die Hem niet echt gemeend als Koning hebben gediend en uiteindelijk met de duivel in opstand kwamen.

De apostel Johannes heeft iets van die nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen zien. Hij zegt daar het volgende over in Openbaring 21: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer.” (vers 1)

De nieuwe aarde: Het kan zijn dat het hier om een nieuwe planeet gaat, of dat God deze huidige planeet aarde geheel zuivert (door middel van een vuurdoop) en nieuw maakt. Zo lezen we in 2 Petrus 3: “Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan” (vers 10)

De nieuwe hemel: Waarschijnlijk wordt daar niet een nieuwe verblijfplaats van de verrezen heiligen mee bedoeld. Maar gaat het hier om het uitspansel van de nieuwe aarde (Gen. 1:8). Ook denken we aan de hemelse gewesten. Dit is momenteel een verblijfplaats van demonische machten (Ef. 6:12). Maar God heeft beloofd: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” (Openb. 21:5)

Gods woning bij de mensen
Johannes zag de heilige Stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen uit de hemel van God: “En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volken zijn en God Zelf zal bij hen zijn, en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, Die op troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” (21:2-5) God zal bij de mensen op de nieuwe aarde wonen, door middel van het nieuwe Jeruzalem. Wat een fijn idee dat God Zelf alle tranen van de ogen zal afwissen en dat er geen dood, noch rouw, noch geklaag, noch moeite meer zal zijn, want de eerste dingen zijn dan voorbijgegaan. Het nieuwe is gekomen! Dan zal God ook alles in allen zijn (1 Kor. 15:28).

Tijdens het Duizendjarig Rijk is er op aarde vrede onder Christus’ heerschappij. Op de nieuwe aarde zal dat geheel anders zijn, want daar woont gerechtigheid. Petrus zegt hierover in zijn tweede brief: “Wij verwachten echter naar Zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.” (vers 13)
Als de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn gekomen zal de gemeente nog steeds met de Here Jezus in het hemelse Vaderhuis wonen. Want wij zullen voor altijd met Hem wezen (vgl. 1 Tess. 4:17b). In Openbaring 3 lezen we over de in heerlijkheid opgenomen gemeente: “Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel Mijns Gods en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam Mijns Gods en de naam van de stad Mijns Gods, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel nederdaalt van Mijn God, en Mijn nieuwe Naam.” (vers 12)

Er zijn uitleggers die menen dat het nieuwe Jeruzalem boven de nieuwe aarde zal blijven zweven. Maar dat hoeft niet zo te zijn. De Stad zou ook letterlijk op de nieuwe aarde kunnen neerdalen. Doordat de tent (tabernakel) Gods uit de hemel neerdaalt zal niet alleen God bij de mensen wonen, maar ook de gemeente. Dit is het nieuwe Jeruzalem, de tabernakel van God. Dit zijn de levende bouwstenen van Gods tempel, Zijn huis (1 Kor. 3:16; Ef. 2:19-22; 1 Petr. 2:5; Hebr. 3:6; Openb. 3:12 en 21:14).

God is de Architect en de Bouwmeester van deze Stad en de gemeente is het bouwwerk. Dit is het verheerlijkte Lichaam van Christus, Zijn bruid (2 Kor. 11:2; Ef. 5:31-32 en Openb. 22:17).
Het nieuwe Jeruzalem is de hemelse bruid van het Lam (Openb. 21:2). Zo is Israël de aardse bruid, van Jahweh (vgl. Hos. 2:17-19). In Jes. 62 staat: “Men zal u niet meer noemen: Verlatene, en men zal uw land niet meer noemen: Woestenij; maar gij zult genoemd worden: Mijn Welgevallen, en uw land: Gehuwde. Want de HERE heeft een welgevallen aan u, en uw land wordt ten huwelijk genomen.” (vers 4).

De gemeenteleden zullen van tijd tot tijd op de nieuwe aarde zijn. Immers, de Godsstad is dan uit de hemel neergedaald. Zij wonen dus niet op de nieuwe aarde in zelfgebouwde huizen, want hun woonplaats is in het nieuwe Jeruzalem (het huis van de Vader). De Here Jezus heeft voorzegd: “In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij zijn moogt, waar Ik ben.” (Joh. 14:2-3)
Tijdens de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zal de gemeente nog steeds met Hem als Koningen regeren. Dit zal tot in alle eeuwigheden duren (Openb. 22:5).

Wat een heerlijke toekomst!

Het nieuwe Jeruzalem – de bruid van het Lam
In Openbaring 21:11-27 staat geschreven hoe de heilige Stad, het hemelse Jeruzalem, eruit ziet. Johannes zegt: “en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant. En zij had een grote en hoge muur en zij had twaalf poorten en op de poorten twaalf engelen, en namen op (de poorten) geschreven, welke zijn die van de twaalf stammen der kinderen Israëls.
Naar het oosten waren drie poorten en naar het noorden drie poorten en naar het zuiden drie poorten en naar het westen drie poorten. En de muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen des Lams. En hij, die met mij sprak, had een gouden meetstok om de stad op te meten, en haar poorten en haar muur.
En de stad lag in het vierkant en haar lengte was even groot als haar breedte; en hij mat de stad op met de stok: twaalfduizend stadiën; haar lengte en haar breedte en haar hoogte waren gelijk. En hij mat haar muur op: honderd vierenveertig el, mensenmaat, die engelenmaat is. En de bouwstof van haar muur was diamant; en de stad was zuiver goud, gelijk zuiver glas.
En de fundamenten van de muur der stad waren met allerlei edelgesteente versierd. Het eerste fundament was diamant, het tweede lazuursteen, het derde robijn, het vierde smaragd, het vijfde sardonyx, het zesde sardius, het zevende topaas, het achtste beril, het negende chrysoliet, het tiende chrysopraas, het elfde saffier, het twaalfde amethist.
En de twaalf poorten waren twaalf paarlen: iedere poort afzonderlijk was uit één parel, en de straat der stad was zuiver goud, gelijk doorschijnend glas.
En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar; en haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want daar zal geen nacht zijn; en de heerlijkheid en de eer der volken zullen in haar gebracht worden. En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.”

De vraag is of het nieuwe Jeruzalem al tijdens het Vrederijk uit de hemel neerdaalt, of dat zij tijdens de nieuwe aarde zal neerdalen?
Het lijkt mij beter om de laatste twee hoofdstukken in Openbaring chronologisch te lezen, i.p.v. hoofdstuk 21:9 t/m 22:1-5 toe te passen op het Vrederijk. We krijgen anders een geforceerde uitleg, door het neerdalen van de Godsstad te betrekken op het Duizendjarig Rijk. Hoe kunnen trouwens de mensen tijdens het Vrederijk de Stad in- en uitgaan, terwijl de Stad in de hemel boven de aarde zweeft?

De Bijbel is er duidelijk over, dat de Godsstad pas tijdens de nieuwe hemel en de nieuwe aarde uit de hemel zal neerdalen. Dan kunnen de bewoners op de nieuwe aarde de Stad in- en uitgaan (Openb. 21:3).
Het nieuwe Jeruzalem is geen utopie, maar is realiteit, want zij is opgemeten (Openb. 21:15). Johannes kreeg zelfs een blik in de Stad (vers 10-27 en 22:1-5). We moeten dit hemelse oord, waar God woont, niet slechts vergeestelijken. Zo staat er in Hebreeën 12: “Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, en tot Jezus, de Middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.” (vers 22-24)

De hoogste berg hier op aarde is de Mount Everest, die is bijna 9 km hoog! Maar dat is niets vergeleken met het nieuwe Jeruzalem. Van haar wordt geschat dat zij ongeveer 2200 x 2200 km is (Openb. 21:16). Dat is een afstand van Amsterdam naar Moskou. Zo lang, breed en hoog is deze gigantische Stad. Omdat het nieuwe Jeruzalem in het vierkant ligt, kan het zowel een kubus als een piramide zijn. Dit is onze toekomstige woning. Het zal allemaal nog veel mooier zijn dan wij ons kunnen inbeelden. Precies zoals Paulus zegt: “Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, [dat is] wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben.” (1 Kor. 2:9)

Het geboomte des levens en het water des levens
In het nieuwe Jeruzalem staat de troon van God en van het Lam. Vanuit de troon stroomt het water des levens en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens. In Openbaring 22 zegt Johannes: “En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren.” (vers 1-2)

Het water des levens, dat vanuit de troon van God en het Lam stroomt, is geestelijk gezien een prachtig zinnebeeld van de heilige Geest (Joh. 7:38-39). Het geboomte des levens zal elke maand, twaalfmaal per jaar zijn vrucht geven. De vruchten zijn ter verzadiging van de volken en de bladeren zijn er om de bewoners van de nieuwe aarde gezond te houden. Daarom zal er op de nieuwe aarde niemand ziek zijn, of door ouderdom sterven.
Toen Adam en Eva niet meer in het paradijs (in de hof van Eden) mochten wonen, omdat zij gezondigd hadden, werd de boom des levens door cherubs bewaakt. Waardoor zij op oudere leeftijd stierven (Gen. 3:22).
De opgenomen heiligen hebben de bladeren van het geboomte des levens niet nodig, want zij hebben onvergankelijke lichamen (1 Kor. 15:53-54). De gelovigen in Christus gaan een heerlijke toekomst tegemoet!

Maranatha!

Br. Jeep van der Schoot