Psalm 22
Deze Psalm, ook wel lijdenspsalm genoemd, werd door koning David geschreven. Maar als we deze Psalm goed lezen dan komen we tot de conclusie dat Psalm 22 niet over koning David zelf gaat. Maar over wie heeft David dan, geïnspireerd door Gods Geest, mogen schrijven?
Zo’n duizend jaar later, klinken de woorden van Psalm 22:2 opnieuw, uitgesproken door de Heer Jezus terwijl Hij aan een kruis hangt. Met deze bittere klacht van onze Heiland wordt duidelijk, dat Psalm 22 profetisch is. David sprak namelijk niet over zichzelf, maar over de Messias die komen zou! Alsof de Heer Jezus Zelf door de mond van David sprak. We zullen vers voor vers ontdekken hoe deze Psalm niet alleen het lijden en sterven van de Heer Jezus beschrijft, maar ook welke heerlijke uitwerking dit nu al heeft en nog zal hebben in de toekomst!
Psalm 22:2 begint met de woorden:
‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten’.
In het Evangelie van Marcus vinden we deze woorden ook: ‘ELOÏ, ELOÏ, LAMA SABACHTANI’. Met deze woorden schreeuwt Jezus Zijn diepe ellende en pijn uit vanwege het feit dat God Hem had verlaten, omdat Hij was overladen met onze zonden. Zo droeg Hij onze schuld en maakt Hij de weg vrij naar de Vader, voor iedereen die in Hem gelooft!
Vers 7:
‘Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen en veracht door het volk’. Klinkt dat niet oneerbiedig? ‘Ik ben een worm..’ Toch is dit wel de waarheid. Paulus schrijft in Fil. 2:8 ‘..heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.’ En Jesaja schrijft in 53:3: ‘ Hij was veracht, de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, bekend met ziekte, en als iemand voor wie men het gezicht verbergt; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.’ (vgl. Jes. 49:7; Jes. 52:14; Mark. 9:12).
Vers 8:
Allen die mij zien, bespotten mij; zij trekken de lippen op, zij schudden het hoofd…
In Mattheüs 27:39-40 lezen we de vervulling van dit vers: ‘En de voorbijgangers lasterden Hem, schudden hun hoofd, en zeiden: U Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf. Als U de Zoon van God bent, kom dan van het kruis af!’
Vers 9:
‘Hij heeft zijn zaak op de HEERE gewenteld – laat Die hem bevrijden! Laat Die hem redden, als Hij hem genegen is.’ Het zijn de Schriftgeleerden en farizeeërs die hier deze profetie vervullen: ‘Hij heeft op God vertrouwd; laat Die Hem nu verlossen als Hij Hem welgezind is, want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.’ (Matt. 27:43).‘En het volk stond toe te kijken. En met hen beschimpten ook hun leiders Hem. Zij zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij nu Zichzelf verlossen als Hij de Christus is, de Uitverkorene van God!’ (Luc. 23:35).
Vers 12:
Blijf dan niet ver van mij, want de nood (angst) is nabij.
Deze angst was zo groot, dat Jezus bloed zweette: ‘En Hij kwam in zware zielenstrijd en bad des te vuriger. En Zijn zweet werd als grote druppels bloed, die op de aarde neervielen’ (Luc. 22:44).
Vers 13:
Vele stieren hebben mij omringd, sterke stieren van Basan hebben mij omsingeld.
‘En Jezus zei tegen de overpriesters, de bevelhebbers van de tempelwacht en de oudsten die op Hem afgekomen waren: Bent u eropuit gegaan met zwaarden en stokken als tegen een misdadiger?’ (Luc. 22:52).
Vers 14:
Zij hebben hun muil tegen mij opengesperd als een verscheurende en brullende leeuw. ‘Pilatus zei tegen hen: Wat zal ik dan doen met Jezus, Die Christus genoemd wordt? Zij zeiden allen tegen hem: Laat Hem gekruisigd worden! Maar de stadhouder zei: Wat voor kwaad heeft Hij dan gedaan? Maar zij riepen des te meer: Laat Hem gekruisigd worden!’ (Matt. 27:22-23).Ook satan wordt in 1 Petr. 5:8 voorgesteld als een brullende leeuw, wat duidelijk maakt door wie deze mensen werden aangevoerd.
Vers 15a:
Als water ben ik uitgestort,..‘
Maar een van de soldaten stak met een speer in Zijn zij en meteen kwam er bloed en water uit. In Joh. 4:14 staat: ‘..maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen. Maar het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een bron worden van water dat opwelt tot in het eeuwige leven.
Vers 15b:
ontwricht zijn al mijn beenderen;..
Als iemand gekruisigd werd, werden zijn ledematen opgerekt en schoten armen en benen uit de kom, met een langzame en pijnlijke dood tot gevolg.
Vers 16a:
Mijn kracht is verdroogd als een potscherf, mijn tong kleeft aan mijn gehemelte;
Hierna zei Jezus, omdat Hij wist dat nu alles volbracht was, opdat het Schriftwoord vervuld zou worden: Ik heb dorst! (Johannes 19:28).
Vers 16b:
U legt mij in het stof van de dood.
Eigenlijk staat er: U beschikt mij tot het stof van de dood. Zo was het ook. Jezus Christus moest sterven. Zo droeg Hij onze zonden in onze plaats. Hij stierf, opdat wij leven in Hem!
Vers 17b:
Zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
Bij Zijn kruisiging werden lange spijkers door Zijn handen en voeten geslagen en werd zo tot de misdadigers gerekend (Jes. 53:12 en Mark. 15:28).
Vers 19:
Zij verdelen mijn kleding onder elkaar en werpen het lot om mijn gewaad.
Ook dit is letterlijk in vervulling gegaan: ‘Nadat de soldaten dan Jezus gekruisigd hadden, namen zij Zijn kleren en maakten vier delen,’ (Joh. 19:23a). En 24b: ‘Opdat het Schriftwoord vervuld zou worden dat zegt: Zij hebben Mijn kleren onder elkaar verdeeld en over Mijn kleed hebben zij het lot geworpen.’
Als Zijn einde nadert bidt Hij in vers 21:
Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame ziel van het geweld van de hond.
Heidenen werden door het volk Israël als honden gezien (Mattheüs 15:26). In dit geval zijn dat de Romeinse soldaten die de Heer Jezus hebben gekruisigd.
Vers 22:
Verlos mij uit de muil van de leeuw en van de hoorns van de wilde ossen. Ja, U hebt mij verhoord.
De Vader verhoort dit gebed; ‘En Jezus riep met luide stem en zei: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest(Luc. 23:46).
Vanaf vers 23 stapt deze profetische Psalm over de kruisiging heen en ziet op de Messiaanse toekomst.
Vers 23:
‘Ik zal Uw Naam mijn broeders (verwanten) vertellen, in het midden van de gemeente zal ik U loven..’
In Math. 28:29 lezen we de opdracht die de Heer Jezus aan zijn discipelen gaf: ‘Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En in Hand. 1:8 staat: ‘maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde. Lees in dit verband ook Hebr. 2:11 t/m 13.
Deze profetie is in deze periode van de Gemeente nog steeds van kracht, maar vindt zijn eindvervulling tijdens het Messiaanse rijk als het volk Israël na hun herstel tot grote zegen zal zijn voor al de volkeren. Dan zullen zij het Evangelie van het Koninkrijk wereldwijd verkondigen.
En daarmee zijn we aangekomen bij de laatste verzen van Psalm 22 die een jubelzang zijn over die nog komende toekomst.
Vers 28-30a:
‘Alle einden der aarde zullen eraan denken en zich tot de HEERE bekeren: alle geslachten van de heidenvolken zullen zich voor Uw aangezicht neerbuigen. Want het koningschap is van de HEERE, Hij heerst over de heidenvolken. Alle groten der aarde zullen eten en zich neerbuigen.’
Zo profeteert de Heer Jezus als het ware door David heen over het Messiaanse Rijk dat komt. Dan zal de hele wereld God dienen en zal er wereldwijd vrede zijn, omdat de Vredevorst de Heer Jezus Zelf, dan zal regeren.
Vers 30b-32:
Allen die in het stof neerdalen en hun ziel niet in het leven kunnen behouden, zullen voor Zijn aangezicht neer- bukken. Het nageslacht zal Hem dienen, en aan de Heere toegeschreven worden tot in generaties. Zij zullen komen en Zijn gerechtigheid verkondigen aan het volk dat geboren zal worden, want Hij heeft het gedaan.
Met wat een rijke, zalige en hoopvolle toekomst sluit deze bijzondere psalm af. Het doel van het lijden en sterven van de Heer Jezus strekt zich uit tot in de eeuwigheid. Deze Psalm spreekt van de opstanding tot het eeuwige leven. Ook voor wie in het graf (stof) zijn neergedaald, maar Hem toegeschreven (Zijn eigendom) worden. Paulus zegt in Rom. 14:8: ‘Want als wij leven, leven wij voor de Heere en als wij sterven, sterven wij voor de Heere. Of wij dan leven of sterven, wij zijn van de Heere. Want met dit doel is Christus ook gestorven en opgestaan en weer levend geworden, dat Hij zowel over doden als levenden zou heersen’.
Het sterven van onze Heer Jezus Christus is tot in detail in Gods Woord voorzegt; ruim duizend jaar voordat dit daadwerkelijk plaatsvond! Geeft ons dat niet een heel groot vertrouwen dat ál de nog onvervulde profetieën van Psalm 22 en van het hele Profetische Woord, ook tot in detail zullen uitkomen?! ‘want Hij heeft het gedaan’ (vers 32), ‘Het is volbracht!’ (Joh. 19:30). Hem willen we daarvoor de dank en de eer van ons leven geven, tot in eeuwigheid!
Broeder René Ploeg
